Hildegard Faber, wie ben ik en waar sta ik voor? 

Iedere mens en kerkelijke gemeente is uniek en heeft een eigen kracht. Door allerlei omstandigheden kan die kracht vertroebeld raken. Ik geloof dat iedere mens of organisatie zelf de kracht heeft tot verandering, waarbij ik ondersteunend kan zijn..

Vroeger was ik verlegen en onzeker. Ik wist niet goed om te gaan met mijn eigen emoties en gedachten. Door studies, werk en ontmoetingen is dit langzaamaan veranderd. Ik merk dat ik nu met veel meer vertrouwen in het leven sta en kan vertrouwen op mijn eigen kracht, die ik nu in kan zetten voor anderen.

Deze eigen kracht heb ik ook ervaren in mijn functie als geestelijk verzorger bij mensen met een verstandelijke beperking. Ik heb daar ontmoetingen met mensen gehad, die in hun kwetsbaarheid zeer krachtig waren. 

In het werken met kerkelijke gemeentes heb ik ervaren dat, de ontdekking van de kracht van de gemeente, de basis kan zijn voor verandering. Daarbij maak ik vaak gebruik van waarderend organiseren/ appreciative-inquiry/ A.I..


 








Ook denk ik aan die vrouw, die burn-out raakte en alle zicht op zichzelf verloor. Door intensieve begeleiding, die ik haar als Gestalttherapeut gaf,  kwam haar kracht terug en kon zij weer eigen keuzes maken. 

Waarden, geloof en traditie vormen de basis van mensen en organisaties. Deze bronnen kunnen de identiteit en kracht versterken en moeten soms ontrafeld worden. 

Zelf ben ik opgegroeid in een Protestantse kerkelijke setting. Ik was als kind al geïnteresseerd in geloof. Op mijn 17e heb ik een ervaring gehad, waarin ik mij verbonden voelde met alles en iedereen. Deze ervaring is voor mij dermate bepalend geweest, dat ik theologie ben gaan studeren.

Als Gestalttherapeut heb ik ervaren dat ook mensen buiten de kerkelijke traditie kracht kunnen ontlenen uit hun zingevingstraditie (bijvoorbeeld door opgroeien iin communistische of islamitisch gezin).

Tijdens mijn eerste baan werkte en woonde ik ‘op’ Urk en draaide ik mee in het dorpse (kerk)leven. Daar heb ik voor het eerst ervaren, hoe bepalend de omgeving, waarin je opgroeit, kan zijn. Voor sommigen is deze omgeving tot steun en voor anderen kan het werken als een bijna onneembare vesting.

Mensen en gemeentes komen het meeste tot hun recht in relatie tot de omgeving.

Toen ik met mijn opleiding tot Gestalttherapeut bezig was, werd mij het krachtveld steeds duidelijker tussen de mens en zijn/haar omgeving. Ik ervoer welke invloed ikzelf heb op anderen en anderen op mij. Door dit te onderzoeken, zag ik mijzelf veranderen en was ik meer in staat om waardevolle verbindingen aan te gaan.

In mijn  werkzaamheden zag ik dit krachtveld terug bij een kerkgemeenschap, die verbindingen legde met de reguliere hulpverlening en samen met hen een maatjesproject opzette. Beiden zagen elkaar als waardevol en aanvullend. Ik denk aan een school, die verbindingen aanging met levensbeschouwelijke organisaties, waardoor kinderen met een gelovige achtergrond, zich ‘gezien’ voelden. Ook denk ik daarbij aan mensen met een verstandelijke beperking, die buiten de instelling gingen wonen en daardoor een gesprekje met mensen in hun eigen straat aan konden gaan. Ook denk ik aan een kerkgemeenschap die zich openstelde voor mensen in een kwetsbare situatie. Voor hen kunnen zij betekenisvol zijn en andersom ervaren zij veel liefde en zin uit de ontmoetingen.


Ik denk daarbij aan een man die vastliep in zijn werk, omdat hij zulke hoge eisen aan zichzelf stelde. Pas toen hij om zich heen kon kijken en zich realiseerde wat anderen in hem waardeerden, kon hij zichzelf ruimte geven en als mens meer aanwezig te zijn.

Ik denk daarbij ook aan een vrouw, die zich klein en onbelangrijk voelde in haar contacten met anderen. Langzaamaan ontdekte zij haar eigen rol hierin en hoe de contacten haar juist tot groei konden brengen.


Patronen, die hun functies hadden in het verleden, kunnen in het heden zowel bij mensen als organisaties belemmerend werken. Door bij te leren, kunnen patronen doorbroken worden en is er groei mogelijk. 

In mijn eerste baan was ik vooral rationeel aanwezig, want dat had ik geleerd als kind. Toen ik daarna met mensen met een verstandelijke beperking ging werken, merkte ik, dat ik meer nodig had dan rationeel aanwezig zijn ( mijn patroon). Ik ontwikkelde mijn gevoelskanten. Tijdens de Gestalttherapie opleiding werden deze gevoelskanten een kracht en instrument, waarmee ik mensen beter kon gaan begeleiden.


Zowel als Gestalttherapeut als ook als gemeenteadviseur binnen de Protestantse kerk is mij pijnlijk duidelijk geworden hoe mensen en kerkelijke gemeentes vast kunnen zitten in patronen. Op zulke momenten kan het aanvullend zijn om iemand 'van buitenaf' mee te laten kijken en denken. Het is verrassend dat mensen en organisaties door de waarden van patronen te onderzoeken, ruimte kunnen vinden om bij te leren.

Wilt u meer weten over mijn manier van werken, klik dan hier